Highlights
EPI bij de hond

Disclaimer

Vetined aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het gebruik van onderstaand ziekteoverzicht. Ondanks de grote zorgvuldigheid betracht bij het samenstellen van deze ziekteoverzichten aan de hand van literatuur en gecontroleerd door specialisten kan Vetined geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van informatie die via deze ziekteoverzichten is verkregen.

Toelichting

Een ziekteoverzicht / -profiel is in principe een geheugensteun voor dierenartsen en paraveterinairen. Het bevat in beknopte vorm de voor de praktijk meest noodzakelijke informatie. Huisdierbezitters kunnen ‘meekijken’. Een ziekteoverzicht / -profiel is nooit een vervanging van de dierenarts. Diagnose, behandeling en follow up dienen uitsluitend door of onder begeleiding van een dierenarts plaats te vinden.


Bronnen:

  1. Exocrine Pancreatic Insufficiency in Dogs, Joseph Cyrus Parambeth and Jorg M. Steiner, Texas A&M University, NAVC Clinician’s Brief, May 2011, page 55-59         
     

Categorie

Gastroenterologie (maagdarm problemen)


Diagnose

EPI. Exocriene Pancreas Insufficiëntie


Oorzaak

Door gebrek of ernstige schade aan de betreffende pancreas kliercellen worden er onvoldoende verteringsenzymen aangemaakt en afgescheiden. In 50% van de gevallen is er sprake van atrofie (verlies) van functioneel klierweefsel – oorzaak onbekend, mogelijk auto-immuun ziekte; erfelijke afwijking – in de overige gevallen is een chronische pancreatitis (ontsteking van de alvleesklier) oorzaak.


Prevalentie

Meest voorkomend bij Duitse herders (42% van alle EPI gevallen), ruwharige Collies en Euraziërs. Het gaat dan om de idiopathische (oorzaak onbekend) atrofische vorm (50% van alle EPI gevallen). EPI als gevolg van atrofie van functioneel klierweefsel wordt gezien op de leeftijd van 1-2 jaar; EPI als gevolg van een chronische pancreatitis zien we op alle leeftijden maar meestal op middelbare tot oudere leeftijd.


Klinisch beeld

Het klinisch beeld wordt veroorzaakt door slechte vertering / opname van de voeding. De klachten ontstaan als circa 90% van de capaciteit van het klierweefsel verloren is gegaan.

Slappe, pasteuze (koeienflats), volumineuze en stinkende faeces. Faeces zijn dikwijls (zeker niet altijd) stopverfkleurig (geel) en bevatten soms onverteerde delen. Frequente defaecatie (vaker dan 3 x daags). Faeces eten, pica (vreemde zaken eten), winderigheid en ‘op afstand’ hoorbare darmgeluiden. Zelden braken. Veel drinken / veel plassen (bij diabetes mellitus als complicatie). Nervositeit, zelden prikkelbaarheid. Gewichtsverlies (vet en spieren), ondanks normale of toegenomen eetlust. Dysbacteriose (verlies van bacteriëel evenwicht in de darm, waardoor ‘verkeerde’ bacteriën gaan domineren). Indirecte schade aan het maagdarm slijmvlies waardoor functieverlies optreedt. Matige vachtconditie.

In geval van chronische pancreatitis als oorzaak, zou in zeldzame gevallen diabetes mellitus (suikerziekte) kunnen ontstaan.


Laboratorium
Bloed: De TLI * test (in serum) is samen met het klinische beeld bepalend voor de diagnose. De bepaling moet altijd nuchter (> 8 uur vasten) worden uitgevoerd.

*
cTLI of Canine (hond) Trypsin-like Immunoreactivity: bepaling hoeveelheid trypsinogeen en trypsine in serum.

Interpretatie TLI concentraties

Resultaten worden niet beïnvloed door enzym supplementatie!
 

TLI concentratie

Conclusie

< 2.5 µg/L

diagnose EPI bevestigd

2.5 – 5.7 µg/L

Borderline; na 1-2 maanden opnieuw testen

> 5.7 µg/L

geen EPI

8.5 - 35 µg/l

Normaal waarden VetMedLab


Bloed overig: afname cobalamine concentratie in > 80% van de gevallen van EPI, soms ook toename foliumzuur (bloedafname nuchter!) . Soms verhoging van AF, ALT en AST. Hyperglycaemie (complicatie diabetes mellitus). Verder geen bijzonderheden bij bloedonderzoek.


Behandeling

De therapie bestaat uit: supplementatie van pancreas enzymen en, indien nodig, cobalamine. In geval van complicatie van diabetes mellitus passende behandeling (insuline therapie).

Verteringsenzymen bij elke maaltijd. Enzympoeder (geen tabletten, capsules e.d.) afkomstig van rund of varken: 1 theelepel / 10 kg lichaamsgewicht bij elke maaltijd, vlak vóór de voeding mengen door het voer. Belangrijk is dat het enzympoeder circa 70.000 USP eenheden lipase activiteit per theelepel bevat. Na compleet herstel kan de dosis substantieel verlaagd worden tot een onderhoudsdosis. Bij bloedinkjes in de bek de dosering verlagen.

Cyanocobalamine per injectie s.c., dosis: 250 – 1.200 µg, afhankelijk van de grootte van de hond, te beginnen 1 x per week gedurende 6 weken, dan 1 dosis 30 dagen later en 30 dagen daarna opnieuw serum cobalamine concentratie meten. Sommige honden hebben alleen tijdelijk cobalamine nodig, andere levenslang.

Antibiotica uitsluitend bij infecties als complicatie bij EPI (o.a. bij dysbacteriose) die niet oplosbaar zijn met pre- en probiotica en waarbij supplementatie (enzymen en cobalamine) onvoldoende effect heeft. Advies: Tylosine (N.B. 1ste keus antibioticum) 25 mg/kg per os elke 12 uur, gedurende 6 weken.

Antacida (zuurremmers) kunnen effectief zijn als de pancreas lipase (in het enzym supplement) vernield wordt door een te hoge pH in de maag. Het zo ontstane tekort aan lipase kan oorzaak zijn van onvoldoende respons op supplementatie. Advies: Omeprazol, 0.6 mg/kg per os, elke 12 uur.


Complementair

Gehakt van rauwe pancreas afkomstig van rund, schaap, varken of wild. Geadviseerd wordt 30 gram per 10 kg lichaamsgewicht (a); Huub van de Lang (Bandit) heeft goede ervaringen bij EPI gevallen met een gehalte van 30% van de totale voeding. Ingevroren blijft enzymactiviteit maandenlang behouden. Soms is rauwe pancreas zinvol bij aversie of allergie voor het enzympoeder. Ga zorgvuldig met rauwvlees voeding om en voorkom daarmee infecties. Pre- en probiotica bij dysbacteriose.


Follow up

In principe is de patiënt snel weer op gewicht. Soms verdwijnen echter alle symptomen, maar neemt het gewicht niet toe. Diarree verdwijnt in ongecompliceerde gevallen meestal in 2-7 dagen. Circa 20% van de honden reageert niet direct op enzymsupplementatie; dan controle op: cobalamine deficiëntie (!), dunne darm dysbacteriose, IBS, diabetes mellitus, te hoge maag pH, e.d.


Prognose

Levenslange behandeling nodig bij vrijwel alle patiënten. Na stabilisatie prognose in vrijwel alle gevallen gunstig, respons op enzymtherapie op de lange termijn is goed (af en toe kort recidief). Norma(a)l(e) leven(sverwachting). In het geval van een erfelijke  idiopathische EPI als gevolg van atrofie van functioneel pancreasweefsel wordt afgeraden om met klinische lijders te fokken.


Kostenplaatje

Consult, bloedonderzoek (hematologie, biochemisch profiel, TLI, foliumzuur en cobalamine) en de eerste verpakking enzympoeder (exclusief injecties cobalamine): naar schatting € 400-500. Medicatie en follow up, afhankelijk van grootte van de hond: € 300-700 per jaar.