Highlights
Inflammatory Bowel Disease bij de hond


Disclaimer

Vetined aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het gebruik van onderstaand ziekteoverzicht. Ondanks de grote zorgvuldigheid betracht bij het samenstellen van deze ziekteoverzichten aan de hand van literatuur en gecontroleerd door specialisten kan Vetined geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van informatie die via deze ziekteoverzichten is verkregen.

Toelichting

Een ziekteoverzicht / -profiel is in principe een geheugensteun voor dierenartsen en paraveterinairen. Het bevat in beknopte vorm de voor de praktijk meest noodzakelijke informatie. Huisdierbezitters kunnen ‘meekijken’. Een ziekteoverzicht / -profiel is nooit een vervanging van de dierenarts. Diagnose, behandeling en follow up dienen uitsluitend door of onder begeleiding van een dierenarts plaats te vinden.

Bronnen:

  1. Managing canine inflammatory bowel disease, Kenneth Simpson, College of Veterinary Medicine, Cornell University, New York State, USA, Veterinary Focus, Vol. 23, 2, p. 29-36, 2013
  2. Praktijkervaringen

Zoektermen: (Idiopathic) Inflammatory Bowel Disease (IBD). Chronische diarree. Protein-Losing Enteropathy (PLE).


Oorzaak

IBD of (Idiopathic) Inflammatory Bowel Disease is een groep van chronische darmaandoeningen gekenmerkt door – continu of recidiverend – klachten / ontsteking van het maagdarmkanaal. Oorzaak is (meestal) niet duidelijk. Er is een complexe interactie tussen erfelijke (ras)predispositie*, micromilieu van de darm (bacteriën, voeding), immuunsysteem  en omgevingstriggers (bijv. stress).

De details van de pathogenese (ontstaan van de ziekte) van IBD en het waarom ziektebeeld en reactie op de behandeling zo veel kunnen verschillen zijn onbekend. Dieet blijkt in niet al te ernstige gevallen dikwijls effectief te zijn, prednison veel minder vaak nodig.

*  Raspredispositie (a, pagina 29-30). Voorbeelden: Ierse setter / gluten allergie; Shar-pei / cobalamine deficiëntie;  Soft-coated wheaten terriër / protein- losing enteropathy en nephropathy.                 


Anamnese 

Zie Klinisch beeld   


Klinisch beeld 

Dikke darm:
Chronische (meestal) recidiverende diarree, vaak periodiek (!) optredend, faeces met of zonder slijm en/of vers bloed, symptomen ontstaan en verdwijnen vaak vrij ‘plotseling’, verhoogde defaecatie frequentie / drang (dyschezia), zeer pijnlijke, krampachtige aandrang (tenesmus), soms een enkele keer braken, behoud van eetlust, niet algemeen ziek. Meestal normale constitutie zonder gewichtsverlies! 

Dunne darm:
Chronische diarree, (regelmatig) braken, vermindering of verlies van eetlust, geen of matig gewichtsverlies, soms is er alleen maar een ‘onbegrepen’ gewichtsverlies, lusteloosheid / minder actief, algemeen ziek, soms verdikte dunne darm(wand), soms vergroting van mesenteriale lymfeklieren, in ernstige gevallen bloed (zwart teerachtig) in de ontlasting.

Protein-losing enteropathy (PLE):
Chronische heftige diarree, braken, (ernstig) gewichtsverlies, door hypoalbuminaemie volle buik (los vocht in de buik: ascites), benauwdheid (los vocht in de borstholte: chylothorax), perifeer oedeem (bijv. vochtophoping in de onderhuid onderaan de achterpoten), verdikking van de darmwand, vergroting van de mesenteriale lymfeklieren, algemeen ziek.


DBV

Echo. Endoscopie.


Laboratorium

Faeces: parasieten Giardia / wormen. Bloed: i.h.b. albumine, cobalamine en foliumzuur; bij PLE ook te lage waardes mogelijk voor Ca, Mg, K, Cl, cholesterol en Ht. Biopsie*: celinfiltraat (lymfocyten, plasmacellen, eosinofielen, neutrofielen en macrofagen); histologie (lymfangiectasie, lymfoom, afwijkende darmvilli, cryptabcessen e.d.). 

*  Biopsie: Lymfocyten en plasmacellen, ‘lymfoplasmacellulaire enteropathie (LPE)’, waarde voor de diagnose / prognose is niet altijd even duidelijk; neutrofielen en macrofagen (infectie), eosinofielen (immuunreactie op parasieten of voedsel). Ook de waarde van de histopathologie voor de diagnose / prognose is niet altijd even duidelijk!  


Behandeling 

Behandeling wordt afgestemd op raspredispositie, localisatie dunne en/of dikke darm (b), de aard / ernst van de ziekte: klinische bevindingen, bloedwaarden albumine, cobalamine en foliumzuur,  endoscopisch beeld, resultaat biopsie (type celinfiltraat, schade aan / veranderingen in het oppervlakkig darmweefsel),  aanwezigheid van bacteriën of schimmels.


Dikke darm(a,b)

Stap 1. indien nodig behandelen van Giardia en wormen (fenbendazol);  indien geen of onvoldoende effect:

Stap 2. dieetmaatregelen, andere voeding (ander merk, brok i.p.v. vlees of andersom), extra vezel, probiotica; indien geen of onvoldoende effect: 

Stap 3. antibiotica tylosine of metronidazol


Dunne darm, klinisch beeld / pathologie mild-middelmatig (LPE en serumalbumine > 20 g/L) (a) 

Stap 1. indien nodig behandelen van Giardia en wormen (fenbendazol), cobalamine en foliumzuur deficiëntie en / of andere oorzaken (bijv. EPI); indien geen of onvoldoende effect:

Stap 2. dieetmaatregelen ged. 2 weken, gehydrolyseerd of  ‘vreemd’ eiwit, hypoallergeen dieet, makkelijk verteerbaar dieet, vetarm (makkelijk verteerbaar vet), vezelarm, omega-3 vetzuren, pre-/ probiotica. Indien binnen 1-2 weken goed: continueren (evt. re-challenge, provocatie / eliminatie); indien geen of onvoldoende effect:

Stap 3. antibiotica ged. 2 weken, tylosine of metronidazol. Indien goede respons: totaal tot 28 dagen continueren ; indien geen of onvoldoende effect:

Stap 4. immunosuppressie prednoral en/of azathioprine; indien geen of onvoldoende effect:

Stap 5. immunosuppressie cyclosporine


Dunne darm, klinisch beeld / pathologie middelmatig-ernstig (LPE, locale histopathologische afwijkingen en serumalbumine < 20 g/L) (a) 

Tegelijkertijd Stap 1, 2, 3 en 4, in afwachting van de biopsie resultaten; indien geen of onvoldoende effect: Stap 5.


Nota bene: bij verdenking van slechte resorptie per os prednison parenteraal toedienen, bij ascites dexamethason i.p.v. prednison en evt. furosemide, bij risico op thrombo-embolie lage dosis aspirine 0,5 mg/kg elke 24 uur, extra dieetmaatregelen bij protein-losing enteropathy (PLE)


Medicatie

Giardia en wormen: fenbendazol  50 mg/kg per os gedurende 3-5 dagen.  Bacteriën: tylosine 10-15 mg/kg per os elke 8 uur (a) of metronidazol 10 mg/kg elke 12 uur (a) gedurende 28 dagen. Immuunsuppressie: prednison 2 mg/kg per os elke 24 uur ged. 21 dagen, vervolgens gelijke periodes 1,5 mg/kg resp. 1 mg/kg en / of azathioprine 2 mg/kg per os elke 24 uur ged.  5 dagen, dan 2 mg/kg per os om de andere dag; cyclosporine 5 mg/kg per os elke 24 uur ged. 10 weken; daarna immunosuppressie afbouwen en daarna pas antibiotica stoppen.


Prognose 

Algemeen: afhankelijk van de ernst van de afwijkingen en reactie op de behandeling. Goed:  Bij ‘diet-responsive IBD’ binnen 1-2 weken effect op dieet aanpassing. Matig: granulomateuze of neutrofiele IBD (komt zelden voor). Matig tot slecht: hypoalbuminaemie (PLE) en hypocobalaminaemie (< 200 ng/L).  Sterk verschillend: Lymfangiectasie en cryptcysten / -abcessen: de respons op de behandeling varieert sterk, sommige blijven in remissie gedurende verscheidene jaren , andere ‘vervolgen’ hun pad naar ernstige hypoproteinaemie en thrombo-embolie.


Complementair

Zie DGD (homeopathie) chronische diarree. Uitsluitend onder begeleiding van een dierenarts.