Highlights
FIP bij de kat


Disclaimer

Vetined aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het gebruik van onderstaand ziekteoverzicht. Ondanks de grote zorgvuldigheid betracht bij het samenstellen van deze ziekteoverzichten aan de hand van literatuur en gecontroleerd door specialisten kan Vetined geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van informatie die via deze ziekteoverzichten is verkregen.

 

Toelichting

Een ziekteoverzicht / -profiel is in principe een geheugensteun voor dierenartsen en paraveterinairen. Het bevat in beknopte vorm de voor de praktijk meest noodzakelijke informatie. Huisdierbezitters kunnen ‘meekijken’. Een ziekteoverzicht / -profiel is nooit een vervanging van de dierenarts. Diagnose, behandeling en follow up dienen uitsluitend door of onder begeleiding van een dierenarts plaats te vinden.

 

Bronnen:

  1. Feline Infectious Peritonitis, Susan Little and Melissa Kennedy, Winn Feline Foundation, 2010
  2. FIP Update: Hope for the future, Clinician’s Brief, January 2013, p. 42, Capsule: Update on Feline Infectious Peritonitis, German A., In Practice, 34, p. 282-291, 2012.
  3. Nieuwe test voor FIP, Marieke Knies, dierenarts, KGA Magazine Katten, Gedrag & Welzijn, 11, november 2013.

 

Diagnose

Feline Infectious Peritonitis. FIP  

 

Oorzaak

Het Feline Corona Virus (FCoV) komt veelvuldig voor als het (goedaardige en zeer besmettelijke) Feline Enteric Corona Virus (FECV) dat zich in de darm bevindt. Het is waarschijnlijk dat in een klein aantal gevallen door nog onbekende oorzaak het goedaardige FECV (in de kat) muteert in het kwaadaardige Feline Infectious Peritonitis Virus (FIPV). Het ziektebeeld (laesies) van FIP wordt meer veroorzaakt door een ‘ongepaste’ immuunrespons op het virus dan door het virus zelf.

 

Kortom: om FIP te ontwikkelen is er een mutant van FECV  nodig (FIPV) nodig en een vatbare kat (vrijwel zeker genetisch bepaald). Dat is de reden waarom er zo weinig FIP katten zijn,  terwijl het FCoV wijd verspreid is onder katten.

 

Van de met FECV besmette katten is / blijft ongeveer 90% of meer gezond. Slechts in een klein aantal gevallen leidt een FECV besmetting tot FIP. Risicofactoren zijn daarbij: genetische vatbaarheid, aanwezigheid van chronische FECV verspreiders en een hoge kat-dichtheid.

 

Prevalentie

De besmettingskans met FECV is het grootst in multi-cat households, catteries en shelters. Na introductie van een FECV infectie stijgt de infectiegraad al snel tot 80-90%, tegenover 30-40% in de algemene katten populatie. In die omstandigheden (80-90% besmetting) wordt toch relatief zeer weinig (veel minder dan 10%) sterfte door FIP gezien over een langere periode (jaren), zelden meer. 

 

Sterfte door FIP wordt vooral gezien op de leeftijd van 6 maanden tot 2 jaar (hoogste frequentie op 10 maanden), maar komt zeker ook voor op oudere leeftijd.   

 

Anamnese

Zie Klinisch beeld.

 

Klinisch beeld

Algemeen: gebrek aan eetlust, gewichtsverlies, lethargie (toestand van volkomen ongeïnteresseerdheid en inactiviteit) en fluctuerende koorts die niet reageert op antibiotica. 

 

Wijdverspreid heftige ontstekingsreacties van bloedvaten (vasculitis) die kunnen leiden tot vrij-vocht ophoping in de buik (dikke buik) en/of de borst (benauwdheid); we noemen dat natte FIP

 

Als de ontstekingsreactie (pyogranuloom) gelokaliseerd is in specifieke weefsel, zoals oog of nieren – in principe kan dat in bijna elk orgaan zijn, inclusief het zenuwstelsel – spreken we van droge FIP. Uiteindelijk worden meerdere organen aangetast en leidt de ziekte tot de dood.

 

Laboratorium

De waarde van laboratoriumdiagnostiek is beperkt. De (waarschijnlijkheids)diagnose wordt gesteld op basis van de combinatie van ziektebeeld / –verloop, antilichaam titer, biochemisch profiel, punctaat buik / thorax en hematologie; onderzoek, inclusief biopsie (histopathologie) postmortem geldt als de meest betrouwbare diagnostiek. 

 

Er is geen test voor gezonde katten om de kans op ontwikkeling van FIP te bepalen.

 

Aanwezigheid van antilichamen in het bloed (alleen) is niet diagnose bepalend voor FIP, afwezigheid van antilichamen (alleen) sluit FIP ook niet uit!  Aantonen van antigeen (virus zelf) heeft geen diagnostische waarde; testen maken geen onderscheid tussen FIPV en FECV.

 

Punctaat van vrij-vocht in buik en/of borst is (vaak, niet altijd) geel van kleur, heeft (vaak, niet altijd) een dradentrekkende consistentie en bevat veel eiwit. Bloed: o.a. hyperglobulinaemie, hyperbilirubinaemie en lymfocytose.  

 

Twee nieuwe(re) testen (c):

  1. Aantonen van het virus in macrofagen in buikpunctaat  dmv immunofluorescentie. Als het virus wordt aangetoond is de diagnose vrij zeker; wordt  het virus niet aangetoond, dan kan het nog steeds FIP zijn.
  1. Aantonen van het gemuteerde virus (FIPV) in het bloed via PCR. Deze test lijkt veelbelovend.

 

Behandeling

Palliatief (TLC).  Alles tijdelijk / weinig effectief. Prednison (remming ‘ongepaste’ immuunrespons).  

 

Antilichamen tegen FCoV / FIPV beschermen niet tegen FIP, kunnen FIP ook niet genezen; zij veroorzaken vrijwel zeker FIP.  Algemeen bouwt een kat geen blijvende weerstand op tegen FCoV; herbesmetting blijft mogelijk.  

 

Preventie: Er is een vaccin (Primucell® FIP van Pfizer) op de markt, maar er is geen consensus over de veiligheid en effectiviteit. Belangrijk is dat in de fokkerij er selectie plaats vindt op overall-disease resistance. Bovendien is hygiëne van groot belang bij het voorkomen / reduceren van FCoV besmetting. Detectie / verwijdering van chronische verspreiders van FECV kan plaats vinden middels PCR analyse (a). Minimalisering van stress!

 

Prognose

De ziekte is progressief en uiteindelijk (vrijwel zonder uitzondering) fataal. Een antilichamen titer zegt helaas niets over de prognose.

 

Complementair  

Geen.

 

Opmerking    

Mutatie vindt vrijwel zeker plaats in de individuele kat. FECV leeft en vermenigvuldigt zich in de darmwandcellen en wordt uitgescheiden via de faeces.  De FIPV mutant leeft en vermenigvuldigt zich in bloedcellen (monocyten) en weefselcellen (macrofagen),  verspreid zich door het gehele lichaam en wordt zelden uitgescheiden via de faeces. Besmetting van FIP van kat op kat komt daarom niet voor of is op z’n minst zeer zeldzaam!